“How are the balls doing?”

Misselijk zit ik in de 4×4 jeep die ons van Merzouga naar de Auberge brengt, aan de rand van de Erg Chebbi woestijn. De tajine die we bij de Berbers hebben gegeten, is niet zo goed gevallen. Ik trek witjes weg als de chauffeur expres scherpe bochten maakt door het losse zand. “Ik ben zo misselijk”, zeg ik zachtjes tegen vriendin M. die er stukken beter uit ziet. We zijn ook nog eens op de kleinste plekjes achterin gezet. Niet bevorderlijk voor de misselijkheid. Voor ons zitten drie Spanjaarden druk te praten. Ondertussen probeer ik in korte tijd zoveel mogelijk technieken uit om niet over mijn nek te gaan. Met succes. De Spanjaarden mogen me dankbaar zijn.

De misselijkheid verdwijnt als sneeuw voor de zon als we uitstappen en het adembenemende uitzicht zien over de woestijn. WOW! Hier doen we het voor. We krijgen welgeteld een kwartier de tijd om ons om te kleden en uit onze backpacks de meest belangrijke spullen te pakken. We gaan twee nachten slapen onder de Marokkaanse sterrenhemel.

Met slechts een rugzakje en twee keer zes liter water begeven we ons richting de kamelen. Al snel ontmoeten we onze guide, Mohammed (ja..weer één!). We zullen hem later omdopen tot Bart. Gewoon, voor de variatie. Plots stoot vriendin M. me aan: “Oh nee, moet je nu kijken wat daar aankomt!”. Ik kijk op en begrijp meteen wat ze bedoelt.

Daar staat hij. Een prototype Japanse toerist, gehuld in een witte Djellaba – waar zijn crocs lelijk onder afsteken – – en een hoofddoek om. En..niet te vergeten, een enorme Canon die om zijn nek hangt. Hij stapt twijfelachtig op ons af en steekt zijn hand uit: “Ya-su. Yasu!” stelt hij zichzelf voor. Moeten we hiermee de woestijn in? Dat gaat wat worden.

We spoeden ons richting de kamelen. De eerste kameel in de karavaan kijkt me met een ongeïnteresseerde blik aan, maar ik vind hem meteen leuk. “That’s your camel, Bob Marley”, roept Bart tegen me. Vriendin M. krijgt Jimmy, gevolgd door onze Japanse vriend op zijn kameel. De Spanjaarden zouden later die nacht komen.

We laten ons met zijn vieren opslokken door de allesoverheersende woestijn. De kamelen ploeteren voort door de prachtig gekleurde duinen van Erg Chebbi. Als ik achterom kijk, zie ik Yasu verbeten op zijn kameel zitten: “Yasu, how are the balls doing?”. Yasu schrikt van onze vraag en begint te grinniken: “I don’t like camel massages” zegt hij. Ik vang de blik van vriendin M. en we denken hetzelfde: dit gaat leuk worden. Deze Japanner kunnen we ontzettend goed in de zeik nemen. Als zingend vanaf Bob Marley (“In Holland we have Frans Bauer and de polonaise! Lalala, lalala”) dwalen we verder de woestijn in.

We stoppen even voor een kodakmomentje. De zon kleurt rood en verdwijnt snel achter de duinen. Omdat het snel donker wordt, haasten we ons richting het eerste kamp. “Jalla, jalla!” roept vriendin M. vanaf haar Jimmy. Als we aankomen bij het eerste basiskamp is het pikkedonker geworden. Maar we moeten nog eten koken.

Ik besluit Yasu uit te testen. “Yasu, did you bring your firestones?” vraag ik met een stalen gezicht. “My what?”” vraagt hij beduusd. “Your firestones. Didn’t they tell you to bring them?” vraag ik pesterig. “No, no. Oh my god..they didn’t” roept hij geschokt uit, “I don’t have firestones!”. “Don’t worry, you can borrow mine” zeg ik hem met een grote grijns op mijn gezicht. Als vriendin M. haar vertrouwde bulder laat weergalmen door de woestijn, snapt Yasu eindelijk dat ik totaal niet serieus ben.

Vanaf dat moment is het ijs officieel gebroken en hebben we de avond van ons leven. We koken eten, terwijl de enorme scarabeeën langs onze voeten scharrelen (ieeeeeeeeeh!) en hebben de grootste lol. We leren elkaar Nederlands, Berbers, Japans en Spaans. Vooral de Nederlandse uitspraken deden het goed die avond (In Holland we say ‘OPHOEREN!’). Na het eten wordt er getrommeld en gezongen en ploffen we neer op onze rug.

Starend naar de meest overweldigende sterrenhemel die ik ooit heb gezien lig ik op mijn rug. De ene shooting star na de andere komt in hoog tempo voorbij geraasd en ik weet niet hoe snel ik al mijn wensen voor de komende jaren voor iedereen moet doen. Even zijn we oorverdovend stil. Ik voel me alleen tussen de sterren, maar intens gelukkig. De enorme glimlach op mijn gezicht zal voorlopig niet meer verdwijnen.

Net als we willen slapen horen we gestommel. De Spanjaarden zijn terug! Kortom, weer trommelen, weer zingen en weer gezelligheid. De volgende ochtend trekt Bart aan mijn tenen als ik nog vredig lig te slapen: “Sunset!” fluistert hij. Ik ben gelijk wakker. Yasu, vriendin M. en ik doen ons best om de mooiste foto’s te maken, terwijl de Spanjaarden luidruchtig doorsnurken.

In alle vroegte bestijgen we onze kamelen weer. De mannen onder ons met grote tegenzin, vanwege de camel massages. “In Holland we say: eelt op je ballen!” grappen we erop los. Al zingend en lachend trekken we verder de woestijn in. De temperatuur stijgt in hoog tempo naar zo’n 60 graden. Dit ter bevordering van de meligheid: “Kijk, Jimmy heeft een enorme camel toe!” lacht vriendin M. wijzend naar de tenen van haar kameel.

Gelukkig stoppen we bij een nomadenfamilie voor siësta, waar we een cold shower nemen in een put met een enorme kikker erin. Pas ’s avonds trekken we verder per kameel richting de black desert. Na een nieuwe nacht onder de sterrenhemel. Dit keer op een stenen vloer, geloof me, het went op een gegeven moment.

We trekken in alle vroegte weer richting de Auberge. Ik heb de mannen nog nooit zo blij gezien als op het moment dat we er bijna waren en ze eindelijk van hun kameel af mochten. Met blauwe ballen verging het lachen ze behoorlijk. En wij maar genieten.

Na afloop komt Yasu naar ons toe met de meest lieve woorden die we deze reis hebben gehoord: “Girls, I wanna say three things to you”, zegt hij terwijl hij drie vingers opsteekt: “One. Thank you for the singing, the dancing en de laughs. It was so much fun. Two,” vervolgt hij: “Thank you for helping me when I was a little angry at Mohammed”. Ja, de arme Yasu werd gepest door Bart door contant: “JAPAN!!” te roepen in plaats van zijn naam. Goed als wij zijn voor deze wereld, hadden we het voor onze new best friend opgenomen. “And three. Thank you for being such a nice girls. You really respected me and are the best travelbuddies I had”, zegt hij.

Bijna ontroerd kijken vriendin M. en ik Yasu aan. Door zijn voorkomen als Japanse toerist nemen weinig mensen de moeite hem te leren kennen en hij heeft vast weinig aanspraak. We spreken af elkaar op te zoeken via Facebook en wisselen mailadressen uit. Helaas hebben we hem nog altijd niet gevonden. YASU! Where are you? Hij is nu vast bezig aan zijn twee weken Europa.

We trekken zo blij als De Pruim die denkt vriendin M. te trouwen weg uit Merzouga. Op de bewoonde wereld weer in.

Advertenties

Een gedachte over ““How are the balls doing?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s