82 en al heel wat vrouwtjes verwend

Achter de parkeerautomaat waar ik langsloop, staat een oude man met een rood aangelopen hoofd zachtjes te vloeken. Met grof geweld probeert hij een aantal munten in de gleuf voor het pinpasje te duwen. Hij kijkt me vragend aan: “Kunnen hier geen munten in ofzo?”. Ik kijk met hem mee naar de automaat. Het is er een waar je niet met cashgeld kunt betalen. Ondertussen raast de man verder in het plat Amsterdams: “Nu moet je hier sinds kort opeens betalen voor je auto, belachelijk! Geldkloppers zijn het.”

Ik probeer hem tevergeefs te onderbreken. “Heb je zelf ook een auto?”, vraagt hij terwijl hij met een schuine blik naar mijn fiets kijk die naast de parkeerautomaat staat. Als ik ja knik krijg ik een goedkeurende blik. “Heeft u een chippas bij zich?”, vraag ik hem voordat hij weer verder ratelt. Dat heeft hij zowaar. “Zal ik u dan even helpen?” Dankbaar kijkt hij me aan en geeft me zijn pasje. Als ik een harteloze crimineel was geweest, had ik het nu op een lopen gezet. Maar dat ben ik niet, dus blijf ik staan.

‘Voer het kenteken in’ staat er op het scherm. Ook dan nog. “Kenteken, willen ze nu ook al mijn kenteken weten?”, roept hij. “Ik ben 82. Dat weet ik toch helemaal niet”. Dat vermoeden had ik al. “Maar ik heb wel mijn autopapieren bij me”. Verbaasd kijk ik hem aan. Voor een man van 82 is hij zo slecht nog niet. Als ik hem een paar minuten later zijn pasje en een parkeerticket geef grijpt hij mijn koude hand vast. “Enorm bedankt! Maar meisje, wat koud!”, zegt hij en voor ik het weet drukt hij mijn koude hand tegen zijn rechterwang. Ik besef me dat ik er nogal ongemakkelijk bij sta.

“Wat zou ik je graag verwennen!” zegt hij uit het niets terwijl hij lijkt te verdrinken in mijn ogen. Help. Nu weet ik dat grapjes maken en een beetje overdrijven altijd helpt in zo’n situatie. “Nou, dat lijkt me wel wat enthousiast vindt u ook niet?”, zeg ik lachend. Met glimmende pretoogjes probeert hij zijn mannelijkheid te bewijzen: “Ik ben 82 hoor en heb al héél wat vrouwtjes verwend in mijn leven”. Ok, dat is echt too much information. Ik gooi er nog een paar grappen in en gelukkig schakelt hij snel naar het volgende onderwerp terwijl ik vrees dat ik nog zeker een kwartier met mijn boodschappen in de regen moet staan.

Hij praat honderduit over zijn grote liefde die het per brief uitmaakte toen hij net vier maanden als militair in Nederlands-Indië was. Ze had een ander liefje. Het was nooit meer echt goed gekomen met de vrouwen. “Je weet toch wel wat er daar is gebeurd hè?”. Natuurlijk weet ik dat. “1949 was het. Toen ging ik er heen. Maar toen was jij nog niet geboren denk ik”. Denk ik? Denk ik? “Ik geloof toch niet dat ik er zo oud uit zie toch meneer?”, grap ik nog maar eens. Hij schatert het uit en loopt richting zijn auto. En ik fiets heel hard weg terwijl zijn woorden door mijn hoofd galmen (82 en al heel wat vrouwtjes verwend, 82 en al heel wat vrouwtjes verwend).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s