Kattenparagnost

Als ik de deur open doe staat buurman M. vertwijfeld voor de deur. Er is iets. Overduidelijk. Hij wiebelt onrustig heen en weer als een kind dat op het punt staat een leugentje op te biechten. Stotterend begint hij zijn verhaal: “Het, het, gaat om onze kat. Eén van onze katten.” Aangezien ik me wel eens afvraag of het vogeldorp meer katten dan inwoners heeft, verbaast me dit niets.

“Hij is weg en we zoeken al dagen. Dit is hem.” Hij drukt een foto in mijn handen. Katteneigenaren zien zelf altijd het verschil tussen hun eigen kat en die van een ander, maar ik dus niet. De enige kat in de buurt die ik ken, is een zwarte variant van Dikkie Dik die het presteert om elke keer mijn tuin vol te poepen. Maar dat terzijde.

Ik vermoed dat hij samen met buurvrouw L. een muntje heeft opgegooid om te bepalen wie het woord voert (“Kop! Jij moet aanbellen.”), want hij is nog altijd aan het wiebelen. Dan komt het hoge woord eruit: “Het klinkt misschien gek, maar we zijn net bij een kattenparagnost geweest en ik heb met mijn verdwenen kat gesproken.”

Ok. Ik begrijp opeens waarom hij er zo ongemakkelijk bij staat. “Een kattenwat?”, vraag ik in de hoop dat ik het verkeerd heb verstaan. “Ehm.. een kattenparagnost.” Ik probeer uiterst serieus te zijn. Dit houd ik welgeteld drie seconden vol. Ik barst in lachen uit en er breekt een opgeluchte glimlach door op het gezicht van buurman M.

“Sorry hoor, maar dit heb ik nou nog nóóit gehoord.” Ik kan het nog net opbrengen om niet mijn tranen de vrije loop te laten. Het lijkt me niet gepast. De buurman moet wel erg wanhopig zijn, wil hij zich met dit soort taferelen inlaten. “Wat heeft je kat gezegd dan?”, vraag ik nieuwsgierig. “Nou, hij zegt dat hij in een donkere ruimte zit. In een schuurtje ofzo. Daarom vraag ik me af of hij niet in jouw schuur zit.”

Als de kat nou had gezegd: “Ha baasje, ik zit bij de buren van nummer 55 in de tuin achter de plantenbak. Tot zo!”, dan was ik echt onder de indruk geweest. “Maar, mag ik even in je schuur kijken?”, onderbreekt buurman M. mijn gedachten. Als ik hem uitleg dat de schuur bij mij ooit is verbouwd tot badkamer, wil hij per se in de badkamer kijken. “Misschien zit hij dan daar.” Nu weet ik toch echt zeker dat ik niet samen met een kat de afgelopen dagen mijn badkamer heb gedeeld, maar goed.

Teleurgesteld druipt hij af en gaat op weg naar het volgende huis, om opnieuw vernederd te worden met zijn verhaal. Twee dagen later hoorde ik dat hij gevonden is. Of de kat daadwerkelijk in een donker schuurtje heeft gezeten is overigens nooit duidelijk geworden…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s