Amateurpsychologie

Vanuit mijn ooghoek zie ik twee mannen op me afkomen. Ze lijken te huppelen. De kleinste bijt het spits af: “Hoi, we hadden het er net over dat je wel een beetje lijkt op Ivana Humpalot.” De radertjes in mijn hoofd draaien op volle toeren. “Ken je Austin Powers? Ivana Humpalot!” Soms weet je gewoon wanneer het een bizar gesprek gaat worden.

De kleine kwam me de hele tijd al bekend voor. “Aan wie doe ik je denken?”, vraagt hij alsof hij mijn gedachten kan lezen. “Denk Austin Powers!” En dan zie ik het. Het is de look a like van Scott. Even waan ik me op een filmset waar ik ongewild Ivana Humpalot speel. Zou Mini Me ook ergens rondlopen? Ik heb me altijd al afgevraagd of hij boven mijn knieën uitkomt.

Voor ik het weet schuift hij zijn vriend naar voren. Zelf stort hij zich met zijn verhalen op vriend D. die dit hele tafereel nauwlettend in de gaten houdt. De vriend heeft me al die tijd geobserveerd. Nu blijkt waarom. “Mag ik raden wat je doet? Ik denk dat ik het weet.” Doen? Wat doen? En waarom is dat zo interessant vraag ik me af. Maar goed, ik ben benieuwd.

“Je bent advocate!” Fronsend kijk ik hem aan. “Nee wacht, iets met dieren.” Iemand die denkt dat ik ‘iets’ met dieren doe, bezit echt het kleinste beetje mensenkennis. Hij doet nog een paar verwoede pogingen. Uiteraard zonder resultaat.

Ik vraag me af hoe ik hem van me af kan schudden. Zelf dacht ik dat ‘kssshhh.. go away!’ misschien zou helpen. En dan opeens zegt de analyticus: “Beeld je een lege ruimte in.” Há, nu gaan we lachen. Dat soort dingen voel ik altijd goed aan. “Ik ga je nu vragen stellen over de ruimte. Het is de bedoeling dat je antwoordt zonder na te denken. Wedden dat ik je daarna kan doorgronden?”

Het gevoel dat ik meedoe met een quiz overvalt me. Ik sta dan ook gelijk in de starthouding. “Ok, in de ruimte staat een kubus. Hoe ziet hij eruit? Is hij groot?” Braaf geef ik antwoord. “En er staat een ladder. Waar staat de ladder en is hij hoog?”. In mijn hoofd zie ik een kubus en een enórme ladder. Ben ik nu aan het trippen?

Hij vervolgt: “Er staat ook een paard in de ruimte.” Een paard? Ik heb hem net verteld dat ik niet zoveel met dieren heb en dan vraagt hij me serieus om een paard te beschrijven. Waar gaat dit heen? “Ehm, hij heeft mooie manen, is sterk en soepel?”. De amateurpsycholoog kijkt vragend: “Is dat alles?” Ik ben niet goed in deze vraag. Dat blijkt. “Ok, hij is ook wel lief.”

Tevreden met mijn antwoord vervolgt hij zijn verhaal over bloemen en over een storm die in de ruimte is. Dat laatste vond ik schokkend. Ik had net zo’n mooi kleur- en bloemrijk tafereel in mijn hoofd. Hij kijkt me verward aan na het beantwoorden van alle vragen: “Je bent gek, knettergek!” Ik beschouw het als een compliment.

“De kubus is je zelfbeeld, de ladder staat voor je carrière, de bloemen zijn je vrienden en het paard zegt iets over je partner, of ideale partner.” Zijn analyse klopt natuurlijk grotendeels niet. Teleurgesteld druipt hij af, maar niet voor hij me de waarheid vertelt. “Dat van die storm. Dat wíst ik gewoon! Je kunt niet alles verbergen.”

Als ik ’s nachts naar huis fiets, denk ik aan de allesverwoestende storm die ik beschreef. En aan het paard. Maar de enige vangst vanavond is een cadeautje van één van de nichtjes uit de Regulierdwarsstraat: een gedoofd kaarsje in mijn fietskrat. En toen ging ook bij mij het licht uit.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s