De clown en de acrobaat

Met het laatste restje energie doe ik een poging mezelf door de laatste paar honderd meter van mijn hardlooprondje te slepen. De gedachten schieten als als een ongeorganiseerde bende door mijn hoofd. Waarom heb ik niet gewoon de hardlooptalenten van mijn vader? Zo niet vergeten vriendin X. te bellen. Mijn god, hoe ver is het nog? Ik haal morgen mijn boodschappen wel. Ruik ik nou mezelf? Ah, bekend terrein in zicht. 

Ik dwing mezelf het laatste stukje door te rennen. Kom op, versnellen. Terwijl ik het tempo opvoer, word ik van achteren bijna aangereden door een fietser met lange donkere krullen. Hij schiet voorbij, draait zijn hoofd om en bekijkt vol verbazing de kleur van mijn hoofd. Ik kan hem geen ongelijk geven. Helaas bezit ik de gave om ongekende kleuren aan te nemen. Misschien moet ik er een circusact van maken.

Ben ik nou nog maar een paar meter verder? Wat kijkt hij nou? Ah gelukkig, hij fietst weer door. Het is wel een dare devil, hij rijdt recht op een paaltje af. Ben ik er nou nog… De stemmen in mijn hoofd verstommen als ik zie dat de donkere krullen door de lucht vliegen. Meterslang voor mijn gevoel. Met een salto/flikflak/ofhoehetookheet landt hij op zijn rug midden op het fietspad met zijn armen wijd. Zijn fiets ligt aan de kant van de weg en het nog draaiende wiel maakt een tikkend geluid.

Een auto stopt abrupt en ik heb opeens energie over om een sprintje te trekken. Hij ligt nog steeds op zijn rug. Ik buig me over hem heen. ‘Gaat het wel? Dat zag er niet best uit.’ Verwilderd kijkt hij om zich heen en kijkt me daarna rechtaan. Hij zwijgt. Wat vraag je eigenlijk op zo’n moment? ‘Gaat het wel?’, herhaal ik. Hij zwijgt nog steeds en staart me aan. ‘Heb je ergens pijn?’. Ik ben wel eens creatiever geweest. Misschien is het beter als ik me niet meer zo over hem heen buig. Dan raap ik zijn fiets maar op. Stel je voor dat hij dat straks niet meer kan.

De automobilist is ondertussen uitgestapt en komt aangesneld. We doen pogingen om tot hem door te dringen, maar hij blijft stil. De automobilist en ik wisselen een blik van verstandhouding uit. Hij zal toch niet zijn geheugen kwijt zijn? Alhoewel, dat is wel een goed verhaal. Ik roep mezelf tot de orde. Dan begint hij te spreken. In het Engels. ‘I’m ok. I guess…’ Hij krabbelt overeind en reik hem mijn hand. Dat snap ik dan niet hè? Zeg dan gelijk dat je geen Nederlands spreekt.

Als wij onze bedankjes in ontvangst hebben genomen en de automobilist alle intelligente vragen heeft gesteld die niet in mijn hoofd opkwamen, vervolgen we onze weg. Mijn energie is weer op peil en ik kan weer helder denken.

We hadden het leuk gedaan in het circus. De toerist en ik. De clown en de acrobaat.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s