In het land der blinden

Onherkenbaar neem ik plaats op een van de troosteloze houten stoeltjes in een dito wachtkamer van een nog troostelozer ziekenhuis. Ik probeer me te verbergen achter de hoge kraag van mijn jas, zodat het net lijkt alsof mensen me niet kunnen zien. Stel je voor dat ik hier de man van mijn dromen tegenkom. Mijn eigen Dr. Avery. Ik weet zeker dat hij het op een rennen zet bij het zien van mijn gezicht en dat lijkt me geen beste start van een stomende relatie.

Met een scheve bril op mijn neus, volledig make-uploos en een linkeroog dat het goed zou doen in een gemiddelde horrorfilm, observeer ik de ruimte met mijn troebele blik. Geen aantrekkelijke mannen te zien, slechts een paar schichtige en bebrilde oogartsen (dan vraag je je toch af of dat ze extra geloofwaardig maakt) en een ruimte vol bejaarden die vanachter een paar dikke jampotglazen hun tijd uitzitten.  Allemaal zielige mensen. En ik.

Lijdend voorwerp
Maar positief als ik ben, ben ik toch blij dat er in ieder geval mensen om me heen zijn. Afgelopen dagen heb ik immers niets anders gedaan dan in alle vroegte capriolen uithalen om veilig van en naar de huisarts te komen om vervolgens als lijdend voorwerp met mijn ogen dicht in bed te liggen. Als er al een hel bestaat, denk ik dat het niet veel afwijkt dan dit.

U merkt het al, voor een van de eerste keren in mijn leven had ik dus gewoon met mezelf te doen. Ik geef het toe. Maar het gaat dus wel om mijn ogen. Mijn handelsmerk. Een van mijn favoriete zintuigen (alhoewel, eigenlijk zijn al mijn zintuigen favoriet maar dat terzijde). Bovendien werden mijn dagen geregeerd door ultieme verveling.

Oog om oog
Nu heb ik de neiging om in tijden van ernstige verveling grappen te maken. Het liefst met anderen, maar dat ging wat lastig. Daarom heb ik uit wanhoop de zelfspot stevig omarmt. Uitdrukkingen als ‘In het land der blinden is eenoog koning’ , ‘Even een oogje in het zeil houden’, ‘Het oog wil ook wat’ en ‘Ik zal een oogje dichtknijpen’, hebben opeens een hele andere betekenis gekregen.

‘Mevrouw van Vliet!!’

Ik schrik op. Blijkbaar zijn ze hier gewend te schreeuwen naar stokdove bejaarden die zich graag aan laten spreken met meneer en mevrouw. Ik heb sterk de neiging om op en neer te springen en te roepen dat ik nog jong, fris en fruitig ben om tot slot een rondedansje te doen. Maar als ik opveer, zie ik mijn gezicht weer in de spiegel. Mijn lelijke zusje staart me aan.

Traag sjok ik richting de bebrilde arts.
‘Gaat u zitten mevrouw van Vliet.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s