Een stoepje zit in een klein hoekje

‘Met 112,  wilt u de politie, brandweer of ambulance?’
Voor me zit vriendin M. met een bleek gezicht op de grond in de verte te staren. Haar mondhoeken hangen wat naar beneden. Een bloedplasje met stukjes kroon ontsiert de stoep. ‘Mevrouw… politie, brandweer of ambulance.’ Ik reageer wat trager dan normaal. Dat zal wel wat te maken hebben met het tijdstip en de gezellige borrel die we net hebben verlaten. Focus Li.

Dan ben ik nuchter: ‘Ambulance, doe de ambulance maar’. Ik hou vriendin M. nauwlettend in de gaten. Maar ze zit stil en kan in ieder geval niet nog een keer vallen. Althans, dat lijkt me sterk. Waar ik normaal eerst minimaal 32 keer om me heen moet kijken om te zien waar ik ben, dreun ik vakkundig op waar we staan en wat er is gebeurd. Iets met een fiets, een scherpe bocht, behendigheid en een stoepje. Spannender dan dit kan ik het niet maken. Niemand over de kop, geen verdwaald eendje waar ze voor moest uitwijken, geen aanrijding met een persoon. Gewoon domme pech.

De alarmcentrale stelt me allemaal slimme vragen. Het is net of ik een examen moet afleggen en geen foute antwoorden mag geven. Het is per slot van rekening – gelukkig! – de eerste keer dat ik 112 bel. Ik moet zelfs bijzondere verrichtingen showen door vriendin M. best wel niet zo vakkundig te laten liggen op haar zij.  Dat zien ze gelukkig niet door de telefoon. Ik twijfel nog een beetje over de vraag of de persoon in kwestie misselijk is, maar binnen twee minuten staan er twee politieauto’s en een ambulance. Ik heb alle vragen dus toch goed.

Vriendin M. wordt overeind gezet en naar de ambulance begeleid voor nader onderzoek. Mijn alertheid maakt plaats voor een lachbui. Ik kan het niet helpen (sorry M.!), maar de situatie was te suf voor woorden. Snel maak ik een behoorlijk slechte foto als bewijs en zeg tegen de agenten dat ik heus niet zo’n vreselijke vriendin ben als nu lijkt. Ze zeggen het het snappen.ambulance

Dan stapt de ambulancebroeder uit en zie ik het gezicht van vriendin M. die duidelijk pijn heeft. ‘We gaan naar het OLVG voor foto’s. Haar kaak kraakt. Je kunt mee.’ Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Ik zet de fietsen vast, stel M. gerust dat ik heus mee ga en klim in de ambulance. Het is rustig volgens de chauffeur. Je zou het niet zeggen, want rijdend langs het Rembrandtplein werpt de een na de andere dronken provinciaal zich bijna voor onze wagen.

Daar zitten we dan op zaterdagnacht opeens in een andere wereld. Om de tijd te doden en voor afleiding te zorgen, wijs ik vriendin M. op het bed een paar meter verderop waar comazuiper Bram aan de hartbewaking ligt. Hij is misschien net zeventien en de dronken jongen die naast hem zit, maakt continu selfies met zijn laveloze vriend. Noem het ziekenhuisbezoek nieuwe stijl.

Enige uren later zitten we in de taxi naar huis. Ik, een zeer zielige vriendin M., haar gebroken kaakkopje, een lading pijnstillers en een dieet van weken vloeibaar eten.

Nu is vast niet de tijd om een selfie te maken.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s