Dam tot Damloop… I DID IT!

Ergens op een zonnige donderdag in mei, sta ik in mijn sportoutfit op een onchristelijk tijdstip bij de fysio. Na een half jaar pijn en frustratie, waarbij ik zeker vijf fysiotherapeuten heb versleten en moest stoppen met hardlopen, is het ein-de-lijk zo ver: ik mag weer rennen. Ik ben sceptisch, want eerdere pogingen mislukten binnen een week. De scheen en rug zijn zwak, maar als ik op nul begin en braaf mijn oefeningen doe, schijnt het goed te komen. 

‘Heb je een trainingsdoel?’ vraagt de fysio me op die bewuste donderdag. ‘Mijn doel? De Dam tot Damloop in september en daarna de halve marathon van Amsterdam in oktober’. In vijf maanden mijn eerste halve marathon. Ok, het is ambitieus maar ik ben zo in mijn nopjes dat ik straks weer door de Amsterdamse straten ren, dat ik het toch niet helemaal afschrijf. Ik zie haar fronsen. ‘Ik moet eerlijk zijn, maar misschien moet je je doelen bijstellen. De kans dat je dit lukt, is klein. Heel klein.’

Bikkelen
Eenmaal thuis start ik aan de moeilijkste zelfbeheersingsoefening ooit. Niveau 100 meter rennen, 100 meter lopen. Ik stof de Evy podcasts af (‘Allez, zeg he.. ik ben fier op u’) en koop een paar prachtige hardloopschoenen ter motivatie. De eerste dagen ren ik met een grote grijns rond. Maar eerlijk is eerlijk, het valt vies tegen. Mijn conditie is weg en hardlopen zit niet meer in mijn ritme. Toch zet ik door. Van 0 naar 5 en in de zomer van 5 tot 10 km. Ik begin te geloven dat het gaat lukken. Van de 10 km moet ik naar de 21 en train door.

Als ik de 15km bereik, slaat het noodlot toe: pijn. De lange afstanden vinden mijn knie en scheen een hartstikke slecht idee. Ik neem rust en luister naar mijn lichaam. Drie weken amper gelopen en opeens is het nog maar een week tot de Damloop. Alle goede hoop is inmiddels in mijn schoenen gezakt en als ik het startbewijs van vriendin E. krijg, weet ik niet of ik hem wel ga gebruiken. Ik wil niet weer een half jaar stil zitten. Die avond loop ik een testrondje waar ik onderweg de moed vind om mee te doen. Op hoop van zegen.

Race day
Niets laat ik aan het toeval over. Aangezien het al een hele opgave is om de Damloop uit te lopen, zorg ik meer dan goed voor mezelf. Ik laat zelfs de biertjes en wijntjes voor wat het is. Bloednerveus sta ik aan de start met een big smile tussen een lading afgetrainde politiemannen. Ik had een slechter startvak kunnen treffen. De adrenaline schiet door mijn lijf als ik het startschot hoor. RUSTIG AAN LI. Het is warm en ik zie dat mijn handen na de eerste honderd meter al lijken op opgeblazen wegwerphandschoenen.

In de IJtunnel raak ik uit de flow als ik van een paar meter afstand iemand gereanimeerd zie worden (pfew.. gelukkig heeft de beste meneer het gered, hoorde ik achteraf). De eerste 5 kilometer gaan ondanks dat prima. Ik ga niet te hard, niet te langzaam. Bij het eerste waterpunt hol ik direct naar het vocht, maar als ik 10 sec later al rennend een hele lading AA vol in mijn gezicht heb in plaats van in mijn mond (hoe doen mensen dat toch?), besluit ik dat ik de volgende waterpunten toch maar even moet stoppen om lopend te drinken.

Lijdensweg
De hitte slaat toe en op de 7 kilometer zit ik stuk. Dat is dus nog niet eens de helft. Mijn lijf schreeuwt om vocht en mijn handen zijn – voor zover dat kan – nog dikker geworden. Gelukkig staan er wat kinderen met tuinsproeiers langs de kant. Ik ga ze allemaal af, maar het mag niet baten. Mijn tempo zakt naar een dieptepunt. Ik ren nog net niet achteruit. Wat zo heerlijk begon, is opeens een lijdensweg geworden. Van alle overenthousiaste volkszangers, karaokedames, trommelaars, slechte DJ’s met gouden kettingen en kinderen die allemaal staan aan te moedigen, word ik echt heel blij, maar kilometerslang is er opeens niemand. Alleen ik, weet ik het hoeveel andere renners en kilometers asfalt.

Ik kom maar niet in de flow en sleep mezelf voort, meter voor meter. Diep in mijn hart weet ik het; eigenlijk komt de Damloop net te vroeg. Had de fysio dan toch gelijk? De halve marathon laat ik voorbij gaan. Trots opzij zetten en startbewijs aan iemand anders geven (wie wil?). Deze race is nog net verantwoord, maar alleen het idee al dat ik na de finish nog 5 km extra moet lopen, vloert me bijna letterlijk.

dam tot dam2Er lijkt geen einde te komen aan de race, maar de laatste twee kilometers loop ik op vleugels. Er zijn weer mensen, ik voel me beter. Mijn benen zijn vermoeid, maar ik loop hier toch maar. De laatste brug is in zicht, trotse ouders juichend langs de kant van de weg, de finishlijn. Ik Lach met de hoofdletter L. De laatste meters zet ik nog even aan en mijn ipod laat zien dat ik echt een baggertijd heb gerend.

Al zes jaar sta ik als gegoede inwoner van Amsterdam Noord langs de route bij de Dam tot Damloop, want de wedstrijd is een paar honderd meter van mijn huis. Jaren terug had ik nooit gedacht dit ooit zelf te kunnen en nu deed ik het. Kapot, geleden, gevloekt van binnen, diep gegaan, maar wat een overwinning op mezelf.

 

Advertenties

Een gedachte over “Dam tot Damloop… I DID IT!”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s