Colombia: de wereld is af

Het allerbeste aan backpacken in Colombia is misschien wel dat het land bijna alles heeft wat je zoekt. Van jungle tot bergen en van briljante steden tot witte zandstranden. Voor mij is het land in ieder geval met stop op nummer 1 binnengekomen in de backpackers top 10 op dit moment. Als je de hordes Argentijnse toeristen aan de Caribische kust wegdenkt, is het echt nog paradijs op aarde. Niet al te veel toeristen, nieuwsgierige Colombianen en heel veel avontuur.

In een maand tijd verslonden we vele kilometers Colombia. Van Pasto en Cali in het Zuiden naar de adembenemende koffieregio in Salento (sla dit NIET over!), van bruisend Medellin via Guatapé naar het niet zo bruisend Bogota (vliegend zonder paspoort; alles kan in Colombia) om aan te komen bij… de Caribische kust. Na de Ciudad Perdida-trekking was het eindelijk tijd om uit te rusten. Je zou denken dat je na bijna twee maanden reizen wel uitgerust bent, maar niets is minder waar.

Elke dag vroeg op, kilometers lopen, bergen beklimmen, mountainbiken, heel veel dingen zien en nog meer mensen ontmoeten. Slopend, al zeg ik het zelf. Verwar dit niet met klagen, want het is een luxe en ik wil nu alweer weg, maar ondanks de tomeloze energie die ik kreeg van al die nieuwe indrukken, was ik werkelijk ka-pot. De kust riep me al weken. Het wachten werd beloond. Een serie hoogtepunten lag ons weer op te wachten. Uitvalsbasis? Santa Marta. Ondanks dat Santa Marta zelf niet spannend is, is het de perfecte basisplek voor onder andere Ciudad Perdida, het national park en kustdorpjes als Palomino.

Met name Parque Nacional Tayrona staat op de mooiste plekken der aarde lijst. Witte stranden, gordeldieren en ander gespuis – GOED WOORD, maar dat terzijde – spotten, een nieuwe Colombiaanse familie ontmoeten en slapen in een hangmatje op de camping. Daar realiseer je je, dat de wereld af is. Dan ben je dus nog niet eens in kleurrijk Cartagena geweest waar ik ter ere van gebrek aan verjaardagscadeautje voor zuslief voor een nachtje een superdeluxe hotel had geregeld. Ik geloof dat ik me zelden zo’n sloeber heb gevoeld als daar, maar wat een heerlijkheid.

Het ultieme toetje bereik ja vanaf Cartagena. Je hebt enigszins een sterke maag nodig en een flinke dosis geduld en geluk (welke boot gaat als eerste weg en bij wie word ik niet – correctie: minder – opgelicht?), maar dan ben je in 40 minuten op Isla de Baru. Als je het eerste stukje toeristen voorbij loopt, ben je in de hemel. Wit zand, kokosnoten, hutjes op het strand en verse vis. Te veel indrukken om in een blog te vangen. Vandaar maar weer eens wat foto’s om toch een beetje het Colombia-gevoel te kunnen delen. Maar echt hoor mensen, ga daar heen!!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s