Het lijden van Leiden

Het moest een van de mooiste dagen van het jaar worden. De dag waarop ik mezelf recht in de ogen kan kijken, want ik moest en zou de halve marathon lopen onder de twee uur. Vorig jaar was mijn doel de halve marathon uitlopen, maar nu heb ik mezelf de twee uur opgelegd. Dan pas kan ik mezelf enigszins een gerespecteerd hardloper noemen. En… het is dit jaar haalbaar. Een marathon in mei leek me wel wat en na wat zoeken, werd het de halve marathon van Leiden. Die dag zou ik shinen, maar het liep weer eens anders dan gepland. 

Trainen, trainen, trainen. Al maanden bestond mijn leven uit trainen. Het ging lekker, echt. Na het verhogen van mijn trainingsfrequentie naar vier keer per week, werd ik flink sneller. Er zat zelfs een dik PR op de 10 kilometer in en ik liep voor het eerst onder de 50 minuten.  Iets wat ik nooit had verwacht. Mijn hardloopjaar leek vlekkeloos te verlopen. Bij mij kan dat gewoon nooit goed gaan.

Van pijntjes naar blessureleed
Toen begonnen de pijntjes. Al snel bleven de pijntjes hangen en werden het blessures. Eerst mijn bilspier en terwijl ik nog met de dry needles in mijn bil op de bank van de fysiotherapeut lag, begon mijn achillespees te zeuren. De bil trok na veel pijnbankbezoekjes en oefeningen na een week of zes weg, maar mijn achillespees werd erger en erger. De stijfheid in de ochtend maakte plaats voor steken tijdens het rennen.

Trainingen werden aangepast, er werd een maand lang geslapen met een Strassbourgh Sock; een soort spalksok die je voet de hele nacht in bedwang moet houden en dat is niet heel lekker voor je nachtrust, kan ik vertellen. Geliefde R. begon te protesteren, want echt sexy is het niet, terwijl hij juist snapt dat alles voor het hardlopen moet wijken. Sterker nog, die heeft het ‘alles moet wijken voor het lopen’ hoogstpersoonlijk uitgevonden.

Ondertussen tikte de tijd door. In overleg met de fysiotherapeut mocht ik nog maar 2-3 keer per week lopen, maar wel proberen de kilometers op te voeren van mijn wekelijkse duurloop. Mijn langste duurloop van 18 km die ik twee keer moest lopen, ging niet van harte maar ook niet slecht. Ik zou de halve marathon halen. Dan maar met wat pijn lopen en daarna rust nemen. Twee weken voor de wedstrijd heb tijdens korte en rustige loopjes echter snijdende pijn rond mijn enkels. Dit voelt niet goed en daarom dwing ik mezelf tot absolute rust de laatste 1,5 week. Alles om te kunnen starten.

Terwijl ik me druk maak of ik de wedstrijd wel kan uitlopen, maakt geliefde R. – alias mijn persoonlijke haas  – zich druk of zijn loopmaten hem maar niet opzoeken op uitslagen.nl en of hij wel kudo’s op Strava krijgt als hij een tijd van twee uur loopt. Ik maak me zo druk om het verloop van mijn wedstrijd, dat ik geliefde R. direct vergeef dat hij vergeet dat dit voor mij een wereldtijd is.

Wedstrijddag
De fysiotherapeut heeft mijn enkel recht getrokken en een ‘go’ gegeven. Ik mag het proberen, dus met persoonlijke haas sta ik zenuwachtig aan de start, maar ik heb er zin in. De warming-up voelt echter al niet goed en in mijn hoofd vrees ik dat ik de eindstreep nooit ga halen. Ik sta nog lachend op een before-foto, maar het is veel te warm. Benauwd. Het startschot klinkt en we gaan direct op het juiste tempo weg; en misschien wel ietsje te snel.

Na vijf kilometer voel ik me al moe. VIJF KILOMETER. Dit klopt niet. Mijn hoofd maakt me helemaal gek en mijn hartslag stijgt na een paar kilometer na ongekende hoogte. Dan maak ik de fout om toe te geven en een klein stukje te lopen om mijn hartslag onder controle te krijgen (hoezo moet ik nou opeens gaan lopen, dit slaat nergens op). Ik ren weer verder en zit nog steeds op schema, maar na 10 kilometer ben ik op.

Last van de warmte, last van mijn achillespees, maar geen excuus mag ik echt opvoeren, want ik heb vooral last van mijn hoofd. Ik heb mijn dag niet en mentaal heb ik opgegeven. Met dit scenario heb ik nooit rekening gehouden. In het kader van ‘we moeten terug naar Leiden, want daar staat de auto’ vervolg ik mijn weg lopend, rennen, lopend, rennend. En vooral LIJDEND. Ik ben een faalhaas. Een faalhaas. Ik kan het niet. Ik wil het niet. Ik stop ermee. Alles ging door mijn hoofd; en nog steeds een beetje. Na 2.12u en een beetje (een heeeeel stuk langzamer dan mijn tijd in Amsterdam en verre van onder de twee uur) kom ik jankend als een klein kind van ellende de finish over. Waarom doe ik dit mezelf aan? Doorlopen met een blessure is stom en dat ik mentaal zwak ben vandaag gaat er al helemaal niet in. Ook dit is sport.

Nu is het tijd voor herstel. Ik blijk een stomme, stomme, stomme, vervelende slijmbeursontsteking te hebben die moet helen. Maar die halve marathon onder de twee uur moet en zou een keer lukken. To be continued…

Advertenties

Een gedachte over “Het lijden van Leiden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s