Slovenië: wijn is fijn

Onder een dak van groene druiventrossen, zit een man met glinsterend grijs haar aan een hoge houten tafel verdiept in zijn boek. Naast hem een aangebroken fles wijn en een halfvol glas. Alsof hij zo uit een Zwitserleven-reclame is gestapt. Als hij ons opmerkt, veert hij direct op.  Hij verwacht ons al.’Waar is jullie caravan?’ vraagt hij in het Duits. We kijken elkaar aan: niet weer he?

Vandaag is een grote zoektocht. De weg van Bohinj in de Julische Alpen naar de wijnstreek in het Oosten van Slovenië is net even wat langer dan ik dacht. Daarbij stuurt Claire ons met haar blikkerige stem door het volledige industriegebied dat om de wijnvelden ligt, maar niet naar de plek van bestemming: Jeruzalem. Daar waar de heuvels groen zijn, de lekkerste wijnen worden gemaakt, de teletubbies net niet rondparaderen en waar wij onze tent willen opzetten.

Aangezien dit deel van Slovenië bekend staat onder toeristen, gaan we ervan uit dat we wel wat campings tegenkomen. Je voelt hem aankomen he? Juist. Na wat speurwerk in de omgeving, rijden we begeleid door het meer dan toepasselijke nummer Jerusalem van Anouk (‘Sir can you tell me how to get to Jerusalem, ‘cause I have kinda lost my way’) heuvel op, heuvel af op weg naar het dorp. Wel een hoop aangeboden kamers onderweg , maar geen enkele camping. Via de plaatselijke mini-tourist office horen we dat de dichtstbijzijnde campings zeker niet op drinkfietsafstand van de wijnvelden liggen.

De Sloveense toeristendame denkt gelukkig niet in onmogelijkheden en belt wat boeren in de omgeving. Zo rijden we – na drie keer verkeerd te zijn gereden – het terrein op van wijnboerderij 1, maar al snel blijkt dat we ondanks onze tent (wat blijkbaar heel uniek is hier) wel welkom zijn, maar dat we alleen niet kunnen douchen. Waar liefde R. vooraf zo’n grote mond had (‘Ik wil gewoon back to basic hoor op vakantie, niets geen luxe, gewoon een plek om te slapen’), krabbelt hij opeens terug. Douchen is toch eigenlijk wel een must.

Op hoop van zegen staan we niet veel later weer bij de tourist office. We worden verwezen naar weer een nieuwe wijnboer die met een camping bezig schijnt te zijn. Vol goede moed rijden we naar wijnboerderij Hlebec en zijn we weer bij het begin van dit verhaal. De Zwitersleven-man en wijnboer Milan is uiterst verbaasd als hij ziet dat we geen tent hebben. Maar na wat gebrekkig Duits de lucht in te hebben geslingerd, rijden we al slalommend achter hem aan naar het beloofde land; een plek waar wij een tent kunnen opzetten.

Links, rechts, links, rechts, de weg terug naar zijn huis gaan we voorlopig niet vinden in dit doolhof. Dan rijden we een terrein op met overwoekerd gras, onder de wijnranken. Twee werkmannen lijken druk bezig met druk doen aan iets wat ooit een toiletgebouw moet worden. “Es is nicht fertig” zegt hij. Iets met vergunningen die maar niet rondkomen. Voor ons ligt niets anders dan een stuk land, een slang uit de grond met drinkwater en wat houten hutjes in aanbouw. Ik vind het allang best, maar liefde R. moet duidelijk nog even schakelen. Back to basic wordt hier wel heel letterlijk genomen. We mogen onze tent opzetten en gratis slapen. “Ja, es is nicht fertig”, herhaalt de gastheer.

Zo gezegd, zo gedaan. Voor we het weten staan we na vele omwegen, heel veel uur en een hoop gedoe op een unieke lokatie: een stuk privé-land aan de grens met Kroatië. Douchen en eten doen we op de boerderij. Milan zegt niet bijster veel voor een gastheer, maar zijn prijswinnende wijnen en het overheerlijke eten van zijn vrouw zeggen des te meer. Voor we het weten zijn we enkele dagen en zes kilo verder. Er ligt slechts een enkel doosje wijn in de achterbak. Eenmaal thuis gaat de eerste fles direct open. “Waarom hebben we eigenlijk maar een doos meegenomen?”, vraagt liefde R. aan me. Ik herinner hem fijntjes aan mijn verwoede poging om nog wat extra wijn mee te nemen. “Ja… dat was inderdaad toch wel een goed idee geweest”. I rest my case.


Slovenië is een heel, maar dan ook echt een heel prima wijnland dat vooral bekend staat om zijn witte wijnen. Er zijn verschillende wijnregio’s, maar wij zijn in het Oosten geweest. Tussen Jeruzalem en Ormoz loopt een behoorlijk lastig te vinden en pittige fietsroute die je langs de wijnvelden en -boerderijen brengt. Absoluut de moeite waard. Hlebec ligt niet op de route, maar in het dorpje Kog. Rij langs de boerderij en laat je verrassen voor wat er die dag op tafel staat en door de wijnen. De cognac is overigens ook een absolute aanrader. De vergunningen van de camping leken overigens rond toen wij vertrokken, dus naar verwachting is in 2017 de camping echt up and running. Oh, en als je gaat… kan ik een bestelling doorgeven?

 

 

Advertenties

Een gedachte over “Slovenië: wijn is fijn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s